Empowerment : Wat?
Heel wat achtergestelde, onderdrukte en/of uitgesloten personen en groepen krijgen niet de kans om het leven te leiden dat ze wensen te leiden. Door deze personen en groepen te tonen hoe ze hun stem kunnen laten horen, waar ze de nodige informatie kunnen vinden, hoe ze toegang krijgen tot financiële, sociale en natuurlijke middelen en hoe ze het beleid kunnen beïnvloeden, kortom door deze personen en groepen te versterken, krijgen ze meer macht over hun eigen leven en de maatschappij waarin ze leven en kunnen ze zelf hun toekomst bepalen. Dit proces van (organisatie)versterking noemen we empowerment.
De graad van empowerment die een persoon of een groep heeft bereikt, kunnen we meten op basis van de groei die gerealiseerd wordt in volgende vier domeinen:
- “Avoir” of “hebben” heeft betrekking op de economische macht van een persoon of groep. Dit gaat enerzijds over het bezitten van middelen zoals grond, geld, werktuigen, goede gezondheid, tijd, ... Anderzijds verwijst “avoir” ook naar het hebben van toegang tot bepaalde goederen, diensten of middelen. Het gaat bijvoorbeeld over het recht op het verkrijgen van een krediet, een stuk vruchtbare grond, water, energiebronnen, onderwijs, gezondheidszorg, …
- “Pouvoir” of “kunnen” gaat over het hebben van de mogelijkheid om vrij beslissingen te nemen over zijn/haar eigen daden,
om deel te nemen aan het beslissingsproces en om beslissingen te nemen voor anderen. - “Savoir” of “weten” verwijst naar het bezit van kennis: technische kennis, kennis op het vlak van communicatie en leiderschap, over de politieke en sociale toestand van de regio, et cetera. "Savoir-faire" gaat over het kunnen toepassen van deze kennis: het vermogen om projecten tot een goed einde te brengen, om te bezinnen, te dialogeren, te onderhandelen, samen te werken en de eendracht binnen de groep te bevorderen en te bewaken. De groep en haar leden begeleiden in het zich eigen maken van deze vaardigheden is de kern van de methodiek AURA.
- “Vouloir” of “willen” gaat over de psychologie van een persoon of groep: de waarden, de angsten, het zelfbeeld en het zelfvertrouwen. De persoon of groep moet zelf willen veranderen en overtuigd zijn dat het zijn/haar eigen toekomst in handen heeft. Indien dit niet het geval is, is de empowerment nooit succesvol.
Zolang achtergestelde, onderdrukte en/of uitgesloten personen en groepen niet zelf het heft in handen nemen, gaan ze nooit in staat zijn om veranderingen af te dwingen zodat ook zij een menswaardig bestaan kunnen leiden. Omwille van deze reden ziet ATOL het speerpunt empowerment, dus het versterken van (individuen in) groepen, als de ruggegraat van haar globale aanpak. De andere speerpunten spelen in op specifieke aspecten van empowerment: zowel organisationeel leren (OASE) als informatie kunnen gezien worden als verdere uitdiepingen van "savoir" en "savoir-faire" en de aanpak rond sociale economie past binnen de pijler "avoir". Aandacht voor gender is eigen aan het proces van empowerment in zijn geheel en dus ook aanwezig in elke pijler (en aanpak) afzonderlijk.

