Lerende organisatie: Wat?
Ieder persoon en iedere organisatie beschikt over kennis. Deze kennis is impliciet en expliciet. Expliciete kennis is de kennis die zichtbaar aanwezig is en die persoonsonafhankelijk is gemaakt. Een voorbeeld hiervan is kennis die is omgezet in theorie, documenten, rapporten, films, handleidingen, tekeningen, schema's, procedures, … Impliciete kennis is moeilijker te vatten. Het is de kennis die eigen is aan een persoon of een organisatie en die niet “ge-externaliseerd” is. Het bestaan van deze kennis kan afgeleid worden uit wat een persoon zegt en doet, maar wordt meestal niet expliciet gedeeld met andere personen of organisaties. Het gaat bijvoorbeeld over wat iemand weet, over ervaringen, over lessen die uit deze ervaringen werden getrokken, over overtuigingen, over technische en andere vaardigheden, over opgebouwde capaciteiten, …
Om op een effectieve manier te kunnen inspelen op veranderingen in de omgeving en steeds effectiever te werken aan de doelstellingen van de organisatie, is het nodig om bewust kennis op te bouwen, om bestaande kennis te verrijken en om optimaal gebruik te maken van de expliciete en impliciete kennis. Dit lukt enkel als er hiervoor aandacht is in het beleid en beheer van de organisatie. Dit creëren van gunstige omstandigheden voor het ontwikkelen, delen, gebruiken en opslaan van kennis binnen en buiten de grenzen van de eigen organisatie, is wat ATOL kennismanagement noemt.
Kennis ontstaat als mensen leren. Het is mogelijk om dit leren te bevorderen zodat werknemers bereid zijn "het beste van zichzelf te geven", en tegelijk een aangename, uitdagende werkplek te bieden. Daarvoor moet een organisatie een “bewust lerende organisatie” worden. Al zoekend en experimenterend moet nagegaan worden welke (impliciete en expliciete) kennis er aanwezig is, welke kennis er in de toekomst nodig is en hoe deze kennis het best wordt verworven en gebruikt. Meer nog, het gaat er niet alleen om een “bewust lerende organisatie” te worden, maar dit ook te blijven.

