Consultancy empowerment: Meerwaarde

Tijdens het uitvoeren van een consultancyopdracht rond empowerment legt ATOL de nadruk op het begeleiden van de sociale dynamieken in de organisatie met behulp van haar AURA-aanpak. Dit moet ertoe leiden dat de organisatie haar groei beter beheert, enerzijds door - indien nodig - in te spelen op de steeds veranderende context en anderzijds door op een meer aangepaste manier om te gaan met het wisselend intellectueel kapitaal in de organisatie. De formele en administratieve aspecten die een rol spelen in de organisatie komen tijdens een consultancyopdracht niet aan bod.

De directe resultaten van AURA kunnen we opsplitsen in twee categorieën. In de eerste plaats leidt de toepassing van de AURA-aanpak tot een groter zelfvertrouwen van (de leden van) de groep of het netwerk. Dit groter zelfvertrouwen is het resultaat van het regelmatig bevragen van de oorzaken en redenen van een succes en een mislukking. De (leden van de) groep durven daardoor namelijk nieuwe wegen in te slaan en leren op die manier van de eigen praktijk en die van anderen. De actieve deelname van alle leden van de groep of het netwerk leidt bovendien tot een groep die sterker aaneenhangt en waarin iedereen zich gewaardeerd voelt. Dit heeft tot gevolg dat ook de groep als geheel meer grenzen zal durven doorbreken.

In de tweede plaats leidt de AURA-aanpak tot een grotere kennis van en meer ervaring met vijf sociale vaardigheden die belangrijk zijn om als groep of koepel te kunnen versterken. Elkeen van deze vaardigheden heeft echter een spanningsveld in zich. Het is belangrijk om hierin een goed evenwicht te vinden. Hieronder vindt u alvast een kort overzicht van de vijf vaardigheden, evenals het bestaande spanningsveld. Voor een meer gedetailleerd overzicht verwijzen wij u door naar dit document.

  1. Actievoeren of het vermogen om een project tot een goed einde te brengen. Er is een spanning tussen:
    • een engagement aangaan en het gevoel hebben betrokken te zijn; en
    • het streven naar een optimale doeltreffendheid en efficiëntie. Dit vraagt een wetenschappelijke, technische en rationele aanpak.
  2. Bezinnen en reflecteren of het vermogen van een persoon of groep om lessen te trekken uit zijn/haar successen en falen. Er is een spanning tussen: 
    • een rationele en logische analyse waarbij de persoon of groep afstand neemt om zo objectief mogelijk te kunnen denken; en
    • subjectieve, gevoelsmatige aspecten. 
  3. Communiceren of het vermogen om in dialoog te treden met de andere betrokken partijen. Er is een spanning tussen: 
    • bepaalde informatie achterhouden omdat deze een comparatief nadeel of voordeel inhoudt; en
    • een sfeer van wederzijds vertrouwen scheppen.

    Een andere spanning bestaat tussen:

    • een efficiënte, directe en unilaterale communicatie die bepaalde individuen bevoordeelt; en
    • een multilaterale communicatie die voorrang geeft aan transparantie en een maximale toegang tot informatie voor alle leden.

  4. Onderhandelen of het vermogen om samen te werken met anderen. Er is een spanning tussen:
    • het eigen belang naar voor schuiven zodat er geen persoonlijk verlies wordt geleden in de gemeenschappelijke actie; en
    • de eigen identiteit verliezen in een groter geheel dat weinig of geen rekening houdt met individuele noden.
  5. Groepsidentificatie of het vermogen om erbij te horen. Er is een spanning tussen:
    • de persoonlijke weg die elk individu gaat en die stoelt op zijn/haar eigenheid en persoonlijk levensproject; en
    • de groep die een nieuwe identiteit wordt.

 

 

Feedback Form